In de eerste twee decennia van zijn carrière ging Richardsons rol als drukker veel verder dan het enkel zetten van letters voor de periodieken die uit zijn winkel kwamen. Een van de duidelijkste bewijzen van zijn interventie in de tekstproductie is dat zowel ‘The True Briton’ (1723-24) als ‘The Weekly Miscellany’ (1732-41) toevallig brieven bevatten van vrouwen die protesteren tegen de juridische beperkingen die hun deelname aan de publieke sfeer verhinderen.
Zowel de Duke of Wharton, de eigenaar van ‘The True Briton’, als William Webster, de wanhopig armoedige producent van ‘The Weekly Miscellany’, lanceerden hun tijdschriften niet met het doel radicale ideeën over politieke gelijkheid voor vrouwen te promoten. Maar bijna per ongeluk begon deze middelbare, stevige drukker in Salisbury Court rustig de journalistiek te feminiseren. Na zijn eerste experimenten in Whartons anti-Walpole tijdschrift ontwikkelde hij zijn satirische talenten in ‘The Miscellany’ door niet alleen een eigen pittige tegenhanger van Popes coquette Belinda te creëren, maar zelfs samen te werken met Sarah Chapones subversief karakter Delia.
Als buitenstaander in wat gezien werd als een corrupt en roofzuchtig politiek wereldje, nam Richardson gemakkelijk een vrouwelijke stem aan om zijn weerstand te uiten.

