In de periode tussen de derde en zevende eeuw na Christus werden veel Romeinse villa’s verlaten. Toch kregen deze villa’s een nieuw leven in de late oudheid, wanneer hun materialen als bouwmateriaal werden hergebruikt. Villacomplexen vormen unieke archeologische sites omdat de fasen van hergebruik hier vaak beter bewaard zijn gebleven dan op stadslocaties.
In haar boek onderzoekt Beth Munro, met behulp van haar diepgaande kennis van Romeinse architectuur en constructie, de materiële waarde en de ontmantelingsprocessen van villa’s. Ze analyseert de technische eigenschappen van glas, metaal en kalksteen, materialen die het meest frequent werden gerecycled. Munro gaat ook in op de ambachtslieden die dit werk verrichtten, evenals de economische en culturele drijfveren achter het recyclen.
Verder onderzoekt ze de opdrachtgevers, de landheren van deze villa’s, en hun landelijke netwerken, met name in relatie tot de bouw van kerken. Met een multidisciplinaire aanpak van de recyclingpraktijken in de oudheid, stelt Munro nieuwe theoretische en methodologische benaderingen voor om architecturale sloop en herwerking te beoordelen binnen de context van een oude circulaire economie.

