In dit boek onderzoekt Dimier grondig hoe de Europese ontwikkelingspolitiek tot stand kwam. Hij richt de aandacht op de rol van voormalige koloniale ambtenaren in het vormen van de beleidagenda en beschrijft dit als een voorbeeld van een “gerecycleerde koloniën”. Dimier stelt dat deze postkoloniale agenda pas veranderde onder druk van de OECD en de Wereldbank in de jaren tachtig en negentig.
Dit boek biedt een boeiende analyse van de invloed van het koloniale verleden op de hedendaagse ontwikkelingshulp van Europa.

